Maranathakerk
De Maranathakerk is een kleinschalige zaalkerk die echter van binnen een ruime aanblik geeft doordat de het gebogen houten gewelf tot de nok van het dak rijkt. Opvallend zijn de gelamineerde gebogen houten spanten die van vloer tot nok rijken.
Er zijn smalle zijbeuken toegepast. De buitengevels zijn van metselwerk. Aansluitend aan de kerk zijn vergaderruimtes en een kosterswoning gesitueerd. Ter plaatse van entree naar de vergaderruimtes (die nu ook als hoofdingang wordt gebruikt, is een brede slanke gemetselde klokkenstoel gebouwd met een luidklok.
De kerk staat geheel vrij tussen de overige bebouwing. Met een ruime voortuin met enkele parkeerplaatsen.
Doordat het gebied rond de Maranathakerk in de 2e wereldoorlog onderdeel uitmaakte van de Atlanticwall werden veel huizen en kerken gesloopt en kwam er na de oorlog veel hoogbouw (kantoren). Daardoor valt de kerk op door de kleinschaligheid van het gebouw.
Het skelet van het gebouwgebouw is als prefab-bouwpakket per spoor vanuit Zwitserland naar Den Haag vervoerd. Dit als resultaat van een wederopbouwproject voor door de 2e wereldoorlog vernietigde kerken (m.n. in Duitsland) waarvoor architect Otto Bartning een (standaard) ‘Noodkerk’ had ontwikkeld. Realisatie was mogelijk door steun uit een ‘Hulpfonds’ vanwege Zwitserse kerken.
GESCHIEDENIS KERKGEBOUW
In het gebied rond de Maranathakerk zijn nog goed de sporen te herkennen van de gevolgen van de 2e wereldoorlog toen het hele gebied tot aan de zee ‘Sperrgebiet’ was (en dus verboden terrein), als onderdeel van de Atlanticwall. (een strook met verdedigingswerken langs de kusten van Noorwegen tot aan de grens met Spanje). Veel huizen en kerken werden gesloopt voor vrij schutsveld en om ruimte te maken voor de ‘Antitankgracht’ die hier dwars doorheen liep.

Luchtopname gedeelte tankgracht, waarschuwingsbord ‘Sperrgebiet'

Tankgracht bij Stadhoudersplantsoen. T.b.v. Sperrgebiet gesloopte kerk
Na de oorlog zijn hier veel (hoge) nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De kerk valt daardoor extra op door de kleinschaligheid van het gebouw.
DE MARANATHAKERK
De bouw van de Maranathakerk was een direct gevolg van de wederopbouw van die wijk die ook kerkbouw noodzakelijk. Die in dit geval met steun van een Zwitsers kerkelijk hulpfonds kon worden gerealiseerd. Het ontwerp van de Maranathakerk komt van de Duitse architect Otto Bartning (1883-1959) in samenwerking met de Zwitserse bouwkundige Emil Staudacher en de Nederlandse architect Frits Eschauzier. Bartning had in het kader van de wederopbouw van in de 2e wereldoorlog vernietigde kerkgebouwen in (met name) Duitsland een basisontwerp voor een ‘Noodkerk’ ontwikkeld. In Duitsland zijn meerdere van deze ‘Notkirche’ gebouwd met vergelijkbare kenmerken, maar het is uitzonderlijk dat een van deze ‘Noodkerken’ in Den Haag terecht kwam waar architect Eschauzier de bouw verder invulde en aanvulde. Voor deze ‘Noodkerken’ werd vooral gebruik gemaakt van standaardisatie en prefabricatie. Het gebouw ontstond dus voor een groot deel in de (timmer)fabriek. De kenmerkende gebogen houten spanten van gelamineerd (samengesteld) hout, het cassetten-dak, de kozijnen, ramen en deuren, incl. hang- en sluitwerk van de kerk kwamen als ‘bouwpakket’ per spoor vanuit Zwitserland naar Den Haag. Het overige bouwmateriaal, zoals de bakstenen gevels, kwamen wel van lokale of nationale leveranciers. Exterieur Bij de uitwendige vormgeving van de kerk is overigens weinig te zien van de opvallende (inwendige) bouwwijze met boogspanten. De kerk is opgetrokken in roodbruin metselwerk met een zijgevel voorzien van schuingeplaatste muurdammen als steunberen, t.p.v. de spanten. Het onderste gedeelte van de zijgevels zijn iets naar buiten geplaatst zodat een soort smalle zijbeuk is ontstaan.

Zijgevel Maranathakerk met zicht op zijbeuk ontvangstruimte en klokkenstoel
Aan de voorzijde van de kerk is deze zijbeuk verder naar buiten en naar voren uitgebouwd waardoor een ingangspartij met ontvangstruimte is ontstaan. Deze ruimte omsluit ook de strakke rechthoekige lage toren (als een soort ‘schoorsteen’) met luidklok. De zuidwest(eind)gevel heeft een smallere uitbouw als een soort apsis waarin het liturgisch centrum is gesitueerd. Het flauwe zadeldak lijkt te zweven doordat de raampartij onder het dak doorloopt. In de muurvlakken tussen de steunberen zijn kleine vensters aangebracht die in de zijbeuken uitkomen.

De voorgevel van de Maranathakerk wordt gedomineerd door de brede klokkentoren
De voorgevel heeft een aantal kleine ramen op de begane grond en een rond venster boven de hoofdingang. Boven de ingangspartij is de orgelgalerij gesitueerd met daarop het orgel dat het uitzicht op het roosvenster ontneemt. Aansluitend aan de kerk is een kosterswoning gesitueerd, ontworpen door Eschauzier. Interieur Het interieur doet licht en ruim aan, waarbij de gebogen spanten opvallen. De kerk is spaarzaam voorzien van geschilderde kerkbanken. De kleurstelling en decoraties zijn van schilder en graficus Paul Citroen (vriend van Eschauzier).

Zicht op beide zijden van de kerk (foto: Piet Bron)

Orgelfront Mense Ruiter-orgel Maranathakerk met geopende luiken
ORGEL
Het orgel is als Opus 3 in 1952 gebouwd door de firma Mense Ruiter (Groningen).en heeft een mechanische toets- en registertractuur. Het was het eerste middelgrote instrument van deze bouwer, die een pionier was op het gebied van neobarokke orgels na de Tweede Wereldoorlog. In 1985 heeft het instrument een gedeeltelijk her-intonatie ondergaand i.v.m. de te fel ervaren neobarokke klank van het orgel. Het orgel is geplaatst in een Hoofdwerk- en Rugwerkkas, die beide zijn voorzien van luiken. Mense Ruiter heeft bijzonder gevormde registertrekkers toegepast met de langwerpige ‘handvaten’ waarop aan de naar de bespeler gerichte zijkant de registerbenamingen zijn aangebracht.

Maranathakerk, zijaanzicht en klaviatuur

Maranathakerk, klavieren en registerknoppen L&R
In 2004 is het orgel gerestaureerd, eveneens door Mense Ruiter Orgelbouw.











