Bergkerk
(v.h. Opstandingskerk)
De Bergkerk (aanvankelijk: ‘Opstandingskerk’) is ontworpen en gebouwd tezamen met het naastgelegen verzorgingstehuis ‘Uitzicht’. Beide gebouwen zijn met een corridor met elkaar verbonden.
De kerk heeft een strakke zakelijke architectuur met een plat dak. De kerkzaal heeft de vorm van een rechthoekige doos met lagere beuk met aan de lange zijden, boven de bij ruimtes, een serie smalle hoge vensters. In de kerk is aan een van de smalle zijden een galerij aangebracht met ruimte voor het orgel en een zangkoor.
Naast de kerk staat een klokkenstoel opgetrokken van profielstaal.
DISPOSITIE ORGELS BERGKERK
De Bergkerk (v.h. Opstandingskerk) heeft twee orgels: Het Verschueren-orgel, dat direct na de bouw van de kerk in 1095 werd geplaatst en nog aanwezig is in de kerk, en het Klop-orgel dat in 2004 werd geplaatst.
VERSCHUEREN-ORGEL 1965, 18+4/II/P)
Orgelbouwer Verschueren te Heythuysen bouwde voor de Opstandingskerk -later Bergkerk- een Electro-pneumatisch orgel met 18 zelfstandige stemmen en 4 transmissies. Het orgel had twee klavieren en pedaal met unit-lade met 7 stemmen en werd opgeleverd in 1965.
Het orgel heeft een eenvoudige orgelkas met een losstaande speeltafel.
Het front bestond uit twee pijpenrijen die elkaar Voor de kas) in het midden 'ontmoeten' met de hoogste (kortste) pijpen. De laagste (langste) pijpen staan dus een weerskanten aan de buitenkant. De labia staan op een horizontale rij.
Het orgel staat op een galerij boven de ingang van de kerkzaal.
Het Verscheuren-orgel is ook na de komst van het Klop-orgel blijven staan.

KLOP-ORGEL (2004, 20/II/P)
In 2004 werd door orgelbouwer Henk Klop te Garderen een door hem gebouwd mechanisch sleeplade-orgel geleverd. Het orgel heeft 20 sprekende stemmen over twee klavieren en pedaal. Alle orgelpijpen zijn, zoals dat bij Klop gebruikelijk is, van hout. Waardoor het orgel een warme, maar ook heldere klank heeft.
Het orgel heeft een eiken kas met een neogotisch karakter. De onderkas is ‘ingesnoerd’ en dus smaller dan het front, dat uit drie velden bestaat. Het middenveld is hoger dan de twee zijvelden. Als bekroning zijn gestileerde pinakels en hogels aangebracht. Het orgel is voorzien van (gedeelde) luiken, die in gesloten stand het orgel beschermen en in geopende stand het geluid kunne richten.
De houten frontpijpen hebben conische voeten (zoals bij metalen orgelpijpen) en lopen zijn aangebracht in de vorm van een omgekeerde V (de langste pijpen in het midden). Het labium-verloop is daaraan omgekeerd en toont als een glimlach.
De bespeling is aan de voorzijde met de registertrekkers aan weerszijde van de klavieren. Het orgel is geplaatst op het liturgisch centrum, voor in de kerkzaal.









